Afdrukken
(Leestijd: 3 - 6 minuten)
1 1 1 1 1 Rating 0.00 (0 Votes)

Via autisme centraal kon ik me inschrijven om een symposium bij te wonen over talenten. Het onderwerp sprak me aan, het tijdstip was uitstekend, dus de mogelijkheid was er om me in te schrijven. De spreker was o.a. Peter Beschuyt.  Hij lichtte talenten toe vertrekkende van verscheidene definities waarbij de waarde bekeken werd alsook de plaats in ons sociaal – maatschappelijke omgeving en hoe ermee om te gaan. Hij vergeleek hierbij twee perspectieven:

Perspectief 1 ging uit van het wegwerken van de tekorten waarbij telkens gekeken wordt naar wat er niet aanwezig is om hierop bij te werken. De bedoeling is het verschil met de sterkten niet te groot te maken.

Perspectief 2 ging over het ontwikkelen van de sterktes. Hierbij wordt gewerkt vanuit de benadering dat de sterke kanten worden opgemerkt, aangesproken en extra in de verf gezet en ontwikkeld.

Bij de vraag: wie vindt perspectief 1 fout, stak ik vol overtuiging mijn hand op: Werken met normen, waarbij telkens gekeken wordt naar anderen of vergeleken wordt met de normen van anderen, maakt dat de kinderen soms ver van zichzelf komen te staan.  Heel belangrijk hierbij vind ik, is de invalshoek waarbij de tekorten benaderd worden.

Ook ik werk met de tekorten als werkpunt. Zij moeten ondersteund worden via hulpmiddelen of dgl zodat het verschil tussen werkpunt en talent niet ver van elkaar komen te liggen. Toch zijn de talenten steeds het vertrekpunt waarmee gewerkt moet worden. Wanneer we echter alleen het uitgangspunt van de tekorten bekijken en daarop het accent leggen, dan vrees ik dat er nog meer jongeren, volwassenen met zichzelf in de knoop komen te zitten. Het antwoord op de meest essentiële vraag ‘wie ben je en waar ben je goed in’ zal in dat geval een harde dobber blijven. Door anderzijds te werken met de talenten, leren jongeren zichzelf te herwaarderen, leren ze om te gaan met hun sterke kanten en deze ook te ontplooien. Wanneer je dit zelfbewustzijn stimuleert, is het ook gemakkelijker om de werkpunten te bekijken en hiermee te leren omgaan. Het één kan niet zonder het ander, doch het één mag sterker benadrukt worden dan het ander.

Voor vele kinderen en vele jongeren is het werken met tekorten een harde noot. We mogen dan beslissen om toch niet meer met ‘rode kleur’ te verbeteren of om positiever in te grijpen, toch blijft het omgaan met tekorten iets waar elk zich bewust van is: men schiet tekort, men is niet goed genoeg, ….

Dit maakt ook dat pubers nog meer revolteren tegen systemen, regels, tegen de schoolse structuur. Wanneer jongeren/ pubers niet meer weten wie ze zijn, waar ze goed in zijn, zie je de energie zo verdwijnen. Gevolgen hiervan zijn: uitputting, tegendraadsheid, tot soms emotioneel breken. Zeker wanneer het haaks komt te staan op wie ze zijn. Sommigen protesteren, anderen kruipen in hun hoekje.

Sommigen reageren via FaceBook en daar heb ik dit ook gevonden:

https://www.facebook.com/hashtag/fuckschool?source=feed_text&story_id=1282298268463825

Soms moeten we eens kijken door hun ogen om te begrijpen wat ze ons proberen duidelijk te maken. Soms is er een ander referentiekader nodig om talenten te laten groeien.

En is dat niet onze bedoeling: talenten laten ontplooien?

Wanneer je kan vertrekken vanuit die visie en daarbij interessevelden kan aanspreken, succeservaringen kan benadrukken, motiveren via doelgericht werken, heb je een basis om te werken naar waarden en normen.

Waarden en normen moeten er zijn. Soms echter moeten ze eens herbekeken worden omdat ze niet meer aangepast zijn op dit maatschappelijk gegeven van NU. Soms zijn ze achterhaald en niet meer to the point. Anderen zijn inderdaad niet zo leuk om te volgen, doch zijn nodig. Wanneer dit onderbouwd kan worden, heb je medewerking en kan er gezamenlijk gebouwd worden naar ontwikkeling van zowel werkpunten als vooral naar talenten.

Via onderwijs zouden we vaardigheden moeten trainen waar de jongeren hun leven lang verder op kunnen bouwen.

Moeten ze studeren? Jawel! Al is het maar om te leren nieuwe info op te nemen, ook al hebben ze daar geen zin in. Want die nieuwe info kan de verruiming zijn die ze nodig hebben.

Moeten er punten zijn, examens en rapporten? Jawel! Al is het maar om zichzelf te zien evolueren, te leren onderscheiden van verworven vaardigheden en de nog in te oefenen vaardigheden.

Zoals zoveel is de manier waarmee we met instrumenten omgaan zo belangrijk: houdt de structuur rekening met het individu? Benadrukken ze de groei van het kind? Of werkt het beknottend omdat het geen rekening houdt met de individualiteit en alleen met ‘het gemiddelde’, ‘het te behalen doel’, ‘de vastgelegde eindtermen’.  Stimuleren ze om te verruimen? Groeit de jongere naar vermogen?

Hoe soepel kunnen we omgaan met onze vastgelegde structuren indien we tot de vaststelling komen dat we hiermee jongeren verliezen?

Woensdag, zaterdag en zondag komen studenten hier studeren. Samen maken we planningen,  leren ze informatie op te slaan, leren ze zichzelf kennen en verantwoordelijkheden te nemen. Zij leren een discipline te hanteren die zo belangrijk is voor de rest van hun leven. Zij leren te overwegen wanneer wat kan en wanneer niet. Zij leren beslissingen te nemen vanuit zichzelf. Hebben ze een inschattingsfout gemaakt, dan leren ze hiermee om te gaan.  Ze kunnen dan herstellen, bijwerken, inhalen, zodat ze terug op hun weg zitten.

Dit gegeven is zo belangrijk. Het gaat over meer dan studeren, punten halen en scoren. Het gaat over de vaardigheden die achter de opdrachten, lessen en taken zitten. Vaardigheden die werkpunten laten zien, maar vooral talenten. Werkend met die talenten om deze te laten ontplooien en bij te sturen, te ondersteunen, bekomen we gezonde, evenwichtige jong-volwassenen die hun weg naar ontplooiing verder kunnen zetten met een zelfwaarde, een zelf-inschatting die zo waardevol is voor de rest van hun leven.

Laat ons eerlijk blijven en onszelf in vraag blijven stellen. Niet alles wat wij opgebouwd hebben is de waarheid. De waarheid is een zoektocht die we misschien ooit eens vinden. Laat ons vooral blijven zoeken en ondertussen luisteren naar onze kinderen, naar onze jongeren. Dan pas kunnen zij groeien en ontwikkelen. Onze waarden en normen kunnen dan flexibel blijven en aangepast worden aan het Nu-moment van deze tijd. SOMS is het tijd om de zeilen aan te passen …..